Uitspraak
200606299/1), geldt als uitgangspunt dat een begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. De begunstigingstermijn van meer dan drie jaar, die [appellant] met het besluit van 31 mei 2012 heeft gekregen, wordt verondersteld voldoende te zijn om zijn woonschip van het perceel te verwijderen en verwijderd te houden. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de begunstigingstermijn dient te worden verlengd totdat zekerheid bestaat of de gemeente Amstelveen voorziet in een ligplaats voor het woonschip van [appellant]. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2012 in zaak nr.
201200400/1/A1, waarin wordt overwogen dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de begunstigingstermijn moet worden gekoppeld aan de termijn die nodig is om de overtreding die aan een dwangsombeschikking ten grondslag ligt, te legaliseren. Voorts wordt in aanmerking genomen dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat [appellant] binnen afzienbare tijd over een ligplaats voor zijn woonschip in de gemeente Amstelveen zal kunnen beschikken.