ECLI:NL:RVS:2013:BZ0756
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding planschade en nadeelcompensatie project Fonteyne Vlissingen
Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen wees het verzoek van appellante om vergoeding van planschade en nadeelcompensatie af naar aanleiding van het project Fonteyne, een grootschalige herinrichting en nieuwbouw in de binnenstad van Vlissingen. Appellante stelde dat zij door de wijziging van het bestemmingsplan en de verkeerssituatie in de binnenstad in een nadeliger positie is gekomen, waardoor haar winkel geïsoleerd raakte van het kernwinkelgebied.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de adviezen van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) als onafhankelijk konden worden beschouwd en dat het college terecht concludeerde dat geen sprake was van een planologische verslechtering. Tevens werd geoordeeld dat appellante het risico van de omzetdaling als gevolg van de werkzaamheden had aanvaard, omdat het project en de gevolgen daarvan op het moment van haar investering voorzienbaar waren.
Verder werd het beroep op de hardheidsclausule afgewezen omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat deze zou worden toegepast bij voorzienbare schade en omdat het college in een ander geval op redelijke gronden wel van de clausule gebruik had gemaakt. Ook het betoog dat sprake zou zijn van onrechtmatig handelen door het college faalde omdat de Algemene Nadeelcompensatieverordening alleen schade door rechtmatige besluiten dekt.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Middelburg en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van vergoeding van planschade en nadeelcompensatie wordt bevestigd.