ECLI:NL:RVS:2013:BZ2330
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling illegaal verblijf vereist terugkeerbesluit door lidstaat voor bewaring vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling met de Oekraïense nationaliteit die op 6 oktober 2012 van de Belgische autoriteiten het bevel kreeg om onmiddellijk het grondgebied van België en Nederland te verlaten. Op 21 oktober 2012 werd hij in Nederland in vreemdelingenbewaring gesteld zonder dat de Nederlandse staatssecretaris een terugkeerbesluit had genomen.
De Raad van State stelt vast dat op grond van de Terugkeerrichtlijn het illegale verblijf van een onderdaan van een derde land door de lidstaat waar hij verblijft moet worden vastgesteld via een terugkeerbesluit. Er is geen uitzondering voor situaties waarin een andere lidstaat reeds een vertrekbevel heeft uitgevaardigd.
De staatssecretaris kan zich niet beroepen op het Belgische bevel om de vreemdeling in bewaring te stellen. Omdat voorafgaand aan de bewaring geen terugkeerbesluit is genomen en geen uitzonderingen van toepassing zijn, is het besluit tot bewaring onrechtmatig.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens wordt een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring en worden proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris moet een terugkeerbesluit nemen alvorens een vreemdeling in bewaring te stellen; het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring onrechtmatig bevonden.