Uitspraak
200807269/1/H1.
Raad van State
De stichting Stichting Behoud Damplein Leidschendam verzocht om herziening van de uitspraak van 14 juli 2010, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage ongegrond werd verklaard. De stichting baseerde haar verzoek op een besluit van de Europese Commissie van 25 januari 2012, waarin sprake zou zijn van onrechtmatige staatssteun door de gemeente Leidschendam-Voorburg.
De stichting stelde dat geheime besprekingen en een daarop volgend besluit tot verlaging van de grondprijs door de gemeenteraad aanleiding geven tot herziening. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze feiten en omstandigheden al vóór de uitspraak van 14 juli 2010 bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn.
Daarnaast was ter zitting gebleken dat de bedragen van de grondprijsverlaging deels betwist worden en niet definitief vaststaan. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen omdat het bijzondere rechtsmiddel niet bedoeld is om het debat te heropenen na een eerdere uitspraak.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees het verzoek tot herziening definitief af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.