Uitspraak
200705084/1, waarin eveneens aan de orde was dat onvoldoende rekening was gehouden met de noodzaak van wisselteelt voor de boomteeltsector. Voorts betogen de Boomkwekersvereniging, [appellante sub 2] en [appellante sub 3] dat het voor boomkwekerijen die zijn gevestigd in het gebied Opheusden noodzakelijk is om voldoende gronden in het plangebied te kunnen pachten. In dit verband voeren zij aan dat in het gebied Opheusden alleen kleigrond beschikbaar is, terwijl in het plangebied zandgrond beschikbaar is. Om een compleet assortiment laanbomen te kunnen produceren, moeten de boomkwekerijen ook op zandgrond kunnen kweken. Daarnaast voeren de Boomkwekersvereniging, [appellante sub 2] en [appellante sub 3] aan dat een groot gedeelte van de gronden is aangewezen als bacterievuur-vrije zone, waar bepaalde soorten bomen kunnen worden gekweekt die mogen worden geëxporteerd naar zogenoemde beschermde gebieden binnen Europa. Zij betogen dat het beperken van wisselteelt in de bacterievuur-vrije zone hun exportmogelijkheden en derhalve hun bedrijfsvoering beperkt. [appellante sub 2] en [appellante sub 3] stellen dat de bacterievuur-vrije zone onvoldoende omvang behoudt.
200705084/1is overwogen dat de raad de belangen van boomkwekers onvoldoende had meegewogen bij het opnemen van een aanlegvergunningenstelsel ter bescherming van archeologische waarden, omdat daarin onder meer geen rekening was gehouden met wisselteelt. Hieruit kan naar het oordeel van de Afdeling niet worden afgeleid dat in dit geval een beperking van wisselteelt ter bescherming van het open landschap onaanvaardbaar zou zijn.
200801932/1/R1en 29 september 2010 in zaak nr.
200809200/1/R1) rust op het gemeentebestuur de plicht zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwvoorschriften voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. Het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden kan blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet (Kamerstukken II 2003/04, 29 259, nr. 3, blz. 46) bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, zal plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zijn.
200807187/1/R1ongegrond verklaard. Daaruit volgt dat een woonbestemming ter plaatse van de tuin niet is toegestaan, aldus de raad.
201107073/2/R3) staat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij om bij het nemen van een nieuw besluit terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag, dan wel de procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit betekent dat de raad er voor kan kiezen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen zonder hieraan voorafgaand een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
201002914/1/R3) moet het er gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling voor worden gehouden dat deze uitsluitend betrekking heeft op de situatie dat de bekendmaking van het besluit nog niet heeft plaatsgevonden, maar zeker is dat de bekendmaking op afzienbare termijn zal plaatsvinden, waarmee de termijn voor het instellen van het beroep een aanvang zal nemen (Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 129). Deze situatie doet zich in dit geval niet voor. Overigens heeft de Afdeling bij uitspraak van heden, in zaak nr.
201112857/1/R3), het beroep tegen de reactieve aanwijzing met betrekking tot het perceel Stokweg 15b ongegrond verklaard.
201112435/2/R3. De Afdeling ziet in de stukken en het verhandelde ter zitting geen aanleiding om tot een ander oordeel dan dat van de voorzitter te komen.
201107073/2/R3) staat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij om bij het nemen van een nieuw besluit terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag, dan wel de procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit betekent dat de raad er voor kan kiezen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen zonder hieraan voorafgaand een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
200907399/1/R3) is met toepassing van deze bepaling beoogd een soepele aanpassing van bestemmingsplannen aan de zich wijzigende omstandigheden mogelijk te maken, zonder dat de waarborgen van de betrokken belangen te zeer in het gedrang komen. Met het oog daarop is bepaald dat op de voorbereiding van een wijzigingsplan afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is.
201201949/1/R1overweegt de Afdeling dat, mede gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden, in een afwijkingsregeling in voldoende mate dient te worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wro berustende afwijkingsregeling dient dus door voldoende objectieve normen te worden begrensd.
201107073/2/R3) staat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij om bij het nemen van een nieuw besluit terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag, dan wel de procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit betekent dat de raad er voor kan kiezen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen zonder hieraan voorafgaand een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
201107073/2/R3) staat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij om bij het nemen van een nieuw besluit terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag, dan wel de procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit betekent dat de raad er voor kan kiezen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen zonder hieraan voorafgaand een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
201107073/2/R3)staat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij om bij het nemen van een nieuw besluit terug te vallen op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag, dan wel de procedure van afdeling 3.4 van de Awb opnieuw te doorlopen. Dit betekent dat de raad er voor kan kiezen het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen zonder hieraan voorafgaand een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen.
200902562/1/H1, overwogen dat indien een bouwplan reeds is gerealiseerd, de daarvoor verleende bouwvergunning niet opnieuw kan worden aangewend na verwijdering van het gerealiseerde bouwwerk. Niet is gebleken dat voor de herbouw van het gebouw een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend.