ECLI:NL:RVS:2013:BZ7608
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergoeding voor rechtsbijstand tijdens politieverhoor aan meerderjarige verdachte
Op 3 april 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over het hoger beroep van appellant a en appellant b tegen de Raad voor Rechtsbijstand. Het geschil betrof de weigering van een piketvergoeding voor rechtsbijstand verleend tijdens een politieverhoor aan appellant b, die meerderjarig was en verdacht van een levensdelict.
De Raad voor Rechtsbijstand had de vergoeding geweigerd op grond van een beleidsregel die stelt dat rechtsbijstand tijdens een politieverhoor aan meerderjarige verdachten niet voor een piketvergoeding in aanmerking komt. De rechtbank had het beroep van appellant b onterecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar het beroep van appellant a ongegrond verklaard.
De Raad van State vernietigde het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep van appellant b en oordeelde dat appellant b geen belanghebbende is bij de afwijzing van de vergoeding omdat de vergoeding aan de advocaat wordt verstrekt. Verder bevestigde de Raad dat het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, mede gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad. Ook is het beleid niet onredelijk geacht.
De Raad van State gelastte tevens dat het betaalde griffierecht door appellant b wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant b is gegrond verklaard en zijn beroep ontvankelijk, maar inhoudelijk ongegrond; het hoger beroep van appellant a is ongegrond verklaard.