Conclusie
Bespreking van het eerste middel
eerste middelbevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat verzoeker heeft gehandeld “met voorbedachte raad”/ “na kalm beraad en rustig overleg” onbegrijpelijk dan wel ontoereikend heeft gemotiveerd, althans dat het oordeel van het hof getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
Voorbedachte raad
De achtergrond van het vereiste dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat de verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven (vgl. het overleg en nadenken dat in de wetsgeschiedenis is geplaatst tegenover de ogenblikkelijke gemoedsopwelling). Dat de verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van de verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad (vgl. HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156).” [1]
Bespreking van het tweede middel
tweedemiddel klaagt dat het hof is afgeweken van het door de raadsman uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat niet bewezenverklaard kan worden dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad zonder daarbij in voldoende mate in het bijzonder de redenen op te geven die tot die afwijking hebben geleid terwijl die redenen ook niet in voldoende mate blijken uit de bewijsmiddelen.
Bespreking van het derde middel
derdemiddel klaagt dat het hof verzuimd heeft te beslissen op het voorwaardelijk verzoek van de raadsman om de deskundigen Ameling, Apello, Bakker en Blok ter zitting te horen en/of dat het hof verzuimd heeft deze deskundigen ambtshalve op te roepen om ter zitting te worden gehoord.
Bespreking van het vierde middel
vierdemiddel behelst dat het recht op consultatie- en/of verhoorbijstand is geschonden. Deze hoofdklacht wordt opgesplitst in drie deelklachten, die inhouden dat:
Bespreking van het vijfde middel
vijfdemiddel bevat de klacht dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden nu de inzendtermijn van de stukken met twee maanden en 22 dagen is overschreden.