ECLI:NL:RVS:2013:BZ7640
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van invordering dwangsom na illegale bouwwerken ondanks matiging
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuidoost legde appellant een last onder dwangsom op wegens het niet verwijderen van illegale bouwwerken en materialen in de tuin. De dwangsom bedroeg aanvankelijk €20.000, maar werd na bezwaar gematigd tot €9.975. Appellant stelde dat hij niet kon betalen, dat de hoogte van de dwangsom willekeurig was vastgesteld en dat het bestuursorgaan onvoldoende belangen had afgewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom niet meer ter discussie stond in het kader van de invordering. De invordering van de dwangsom moet zwaarwegend worden beschouwd en slechts in bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgezien.
Appellant bracht geen voldoende onderbouwing voor bijzondere omstandigheden aan, waaronder de betaalbaarheid. De Raad van State vond dat het bestuursorgaan de matiging van de dwangsom adequaat had gemotiveerd en dat het belang van naleving zwaarder woog dan appellant’s belangen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; invordering dwangsom van €9.975 bevestigd.