ECLI:NL:RVS:2013:BZ8457
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet kunnen overleggen urenstaten op grond van Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister legde de vennootschap een boete op wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, omdat zij geen urenstaten kon overleggen van een werknemer die parttime werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond en oordeelde dat de boete niet onevenredig hoog was. De vennootschap stelde dat zij een boekhouding en loonadministratie bijhield en dat de boete haar niet kon worden toegerekend omdat een externe boekhouder de administratie verzorgde.
De Raad van State oordeelde dat de vennootschap ondanks uitbesteding aan een boekhouder zelf verantwoordelijk was voor het naleven van de regelgeving en het bijhouden van urenstaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige administratie door werkgevers, ook bij uitbesteding.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.700,- wegens het niet kunnen overleggen van urenstaten.