ECLI:NL:RVS:2013:BZ8669
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door staatssecretaris
De vreemdeling werd bij besluit van 24 april 2012 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar de vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de vreemdeling al naar Montenegro was uitgezet en dat het terugkeerbesluit daarmee was uitgevoerd, waardoor het hoger beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk werd verklaard. Wel oordeelde de Afdeling dat het inreisverbod onvoldoende was gemotiveerd, omdat de staatssecretaris niet had toegelicht waarom de individuele omstandigheden van de vreemdeling, zoals het hebben van een eigen drukkerij en zakelijke belangen binnen de EU, niet tot verkorting van het inreisverbod leidden.
De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de motivering voldoende was. Daarom vernietigde de Afdeling het inreisverbod en verklaarde het hoger beroep tegen dit besluit gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering; het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk.