ECLI:NL:RVS:2012:BW8613
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens onvoldoende gronden en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 24 april 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en verdenking van een misdrijf. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte nieuwe bewaringsgronden heeft betrokken die niet in het oorspronkelijke besluit stonden en dat de verdenking van winkeldiefstal geen reden is voor bewaring omdat het niet gerelateerd is aan terugkeer of uitzetting. Hierdoor rust de maatregel slechts op het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, wat onvoldoende is voor bewaring volgens het Vreemdelingenbesluit 2000.
De maatregel van bewaring is daarom van aanvang af onrechtmatig. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond en kent een vergoeding toe over de periode van de bewaring. Tevens worden proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling toegekend een schadevergoeding en proceskostenvergoeding.