ECLI:NL:RVS:2013:BZ8702
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling actuele bedreiging door deelname vreemdeling aan martelingen en beëindiging verblijfsrecht
De vreemdeling, werkzaam als arts, werd het verblijfsrecht in Nederland beëindigd en ongewenst verklaard vanwege zijn deelname aan martelingen in Irak tussen 1994 en 1998, waarbij artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing werd verklaard. De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd, maar de Raad van State herzag deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de bedreiging die voortkomt uit deelname aan martelingen, net als bij terroristische daden, lang tot zeer lang actueel blijft. De vreemdeling blijft zijn deelname ontkennen en werkt in Nederland in de gezondheidszorg, wat de actuele bedreiging versterkt. Het tijdsverloop en het ontbreken van klachten over zijn werkzaamheden in Nederland wegen onvoldoende om de bedreiging te ontkennen.
De Raad verwierp ook bezwaren van de vreemdeling over het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid, het beginsel van loyale samenwerking, en het recht op privé- en gezinsleven. De staatssecretaris had de relevante omstandigheden, zoals verblijf in Duitsland en sociale bindingen, meegewogen en de nadelige gevolgen van het besluit niet onredelijk geacht.
Het hoger beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard, dat van de minister gegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens werd het besluit van 26 oktober 2012 vernietigd omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht terecht beëindigd wegens actuele bedreiging door deelname aan martelingen.