ECLI:NL:RVS:2008:BF3035
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ongewenstverklaring EG-onderdaan wegens ernstige bedreiging openbare orde
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling vernietigde. De vreemdeling was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden voor medeplegen van een grensoverschrijdend drugsdelict. De minister had de vreemdeling ongewenst verklaard op grond van het persoonlijke gedrag dat een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt.
De rechtbank had geoordeeld dat het advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, dat aan het besluit ten grondslag lag, ondeugdelijk was gemotiveerd omdat het ook verwachtingen en veronderstellingen bevatte zonder objectieve grondslag. De staatssecretaris stelde dat de commissie juist het gedrag van de vreemdeling en de aard en ernst van het misdrijf centraal stelde, en dat er geen positieve gedragsveranderingen waren sinds de veroordeling.
De Raad van State oordeelde dat de commissie terecht het strafdossier en het gedrag van de vreemdeling heeft betrokken bij haar oordeel. De commissie concludeerde dat de bedreiging voortduurt, mede omdat de vreemdeling het bewezenverklaarde blijft ontkennen en geen positieve gedragsveranderingen vertoont. De rechtbank had ten onrechte belang gehecht aan het ontbreken van nieuwe strafbare feiten na detentie. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbehandeling.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld en de rechtbank werd opgedragen te beslissen over de vergoeding van deze kosten. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 september 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.