ECLI:NL:RVS:2013:BZ8733
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vernietiging inreisverbod en ongegrondverklaring hoger beroep tegen nieuw inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister op 17 februari 2012 werd afgewezen, waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank vernietigde het inreisverbod wegens onvoldoende kenbaarheid van de mogelijkheid tot het aanvoeren van individuele omstandigheden, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
De minister vaardigde op 18 september 2012 een nieuw inreisverbod uit, nadat de vreemdeling schriftelijk was geïnformeerd over de mogelijkheid om individuele omstandigheden aan te dragen. De vreemdeling stelde dat hij niet persoonlijk was gehoord en dat de motivering van de duur van het inreisverbod ondeugdelijk was, mede gelet op de onmogelijkheid om naar Somalië terug te keren.
De Afdeling oordeelde dat het schriftelijk aanvoeren van omstandigheden voldoende was en dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom een persoonlijk gehoor noodzakelijk was. Tevens was niet gebleken dat de vreemdeling zijn Somalische herkomst had aangetoond, waardoor de motivering van het inreisverbod niet ondeugdelijk was. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het inreisverbod van 18 september 2012 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.