ECLI:NL:RVS:2013:BZ9020
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluiten verblijfsvergunningen wegens niet-beoordeling art. 3 EVRM
De staatssecretaris heeft de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van de vreemdelingen ingetrokken vanwege het verstrekken van onjuiste identiteitgegevens. De vreemdelingen stelden dat de staatssecretaris bij de intrekkingsbesluiten had moeten toetsen of artikel 3 EVRM Pro zich tegen hun uitzetting verzet, wat niet is gebeurd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft miskend dat de staatssecretaris deze beoordeling had moeten maken. Zowel de intrekkingsbesluiten als de besluiten tot afwijzing van de aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zijn daarom vernietigbaar.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.416,00.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van verblijfsvergunningen en afwijzing van aanvragen worden vernietigd wegens het ontbreken van een beoordeling op grond van artikel 3 EVRM.