ECLI:NL:RVS:2013:BY9618
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste identiteit zonder schending art. 3 EVRM
De zaak betreft het hoger beroep van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De vergunning was verleend op basis van een gefingeerde identiteit en onjuist asielrelaas. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State overwoog dat bij toetsing van besluiten tot intrekking van verblijfsvergunningen asiel ook de rechtsgevolgen van die besluiten aan de orde kunnen komen, maar dat deze niet los van de limitatieve gronden in de Vreemdelingenwet 2000 mogen worden beoordeeld. De staatssecretaris had de vergunning terecht ingetrokken vanwege de onjuiste gegevens.
De vreemdeling had aangevoerd dat op zijn werkelijke identiteit een asielrelaas rust dat uitzetting zou verbieden op grond van artikel 3 EVRM Pro. De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris dit had moeten beoordelen bij het intrekkingsbesluit, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt. De grief van de staatssecretaris faalt en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.