ECLI:NL:RVS:2013:CA0126
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbrekende belangenafweging
De vreemdeling werd op 18 maart 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris een kenbare en voldoende belangenafweging had gemaakt zoals voorgeschreven in paragraaf A6/5.3.3.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Het dossier bevatte geen stukken die uitdrukkelijk blijk geven van deze belangenafweging, en de motivering in de maatregel van bewaring voldeed niet aan de vereisten.
Hierdoor was de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend voor de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke belangenafweging en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.