ECLI:NL:RVS:2013:BZ5217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid bewaring vreemdeling ondanks asielaanvraag
De vreemdeling werd op 4 januari 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. Nadat hij de wens had geuit een asielaanvraag te willen indienen, wijzigde de staatssecretaris de grondslag van de bewaring. De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging niet tijdig was verricht en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, waarna de bewaring werd opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat uit het dossier voldoende blijkt dat de belangenafweging tijdig en zorgvuldig is gemaakt, conform de Vreemdelingencirculaire 2000. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het proces-verbaal van 9 januari 2013 de argumenten bevatte die ten grondslag lagen aan het voortzetten van de bewaring ondanks de asielaanvraag.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belangenafweging niet tijdig was verricht. Ook faalden de bezwaren van de vreemdeling dat de belangenafweging niet volledig zou zijn en dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.