ECLI:NL:RVS:2013:CA0632
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A. Hammerstein
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking persoonsgebonden ligplaatsbeschikking voor woonschip in Groningen
Op 24 november 2010 verleende het college van burgemeester en wethouders van Groningen een persoonsgebonden beschikking aan appellant om met zijn woonschip een ligplaats in te nemen op een specifieke locatie in Groningen. Deze beschikking was persoonsgebonden en niet overdraagbaar, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden van appellant, zoals zijn lichamelijke beperkingen en leeftijd.
Het college trok deze beschikking op 16 februari 2011 in, stellende dat het geen reguliere ligplaatsvergunning betrof en dat de Verordening openbaar vaarwater 2006 geen persoonsgebonden beschikking kent. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit van 24 november 2010 wel een vergunning was en dat gedogen alleen mogelijk is bij geconstateerde overtredingen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het besluit een gedoogbeschikking betreft en geen vergunning. De intrekking van een gedoogbeschikking is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de persoonsgebonden beschikking voor de ligplaats van het woonschip wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.