Uitspraak
201007813/1/H3.
200402518/1, kan de intrekking van een gedoogverklaring, behoudens bijzondere omstandigheden, niet als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt.
200807980/1/H1) volgt echter dat er onder omstandigheden aanleiding kan zijn om een rechtspersoon te vereenzelvigen met een natuurlijke persoon die haar directeur en enige aandeelhouder is, doch slechts in gevallen waarin het betrokken rechtsmiddel ten onrechte niet door de natuurlijke persoon, maar door de rechtspersoon is ingesteld, of omgekeerd. Die situatie doet zich hier niet voor, aangezien [eigenaar] ook zelf bezwaar heeft gemaakt tegen de intrekking van de gedoogverklaring.
201007813/1/H3is dat besluit onherroepelijk geworden. Gelet hierop, staat vast dat op 20 mei 2008 binnen een periode van vijf jaar voor de tweede maal het G-criterium is overtreden bij de exploitatie van de coffeeshop. Zoals hiervoor onder 2.2 is overwogen, gaat de burgemeester volgens het door hem gehanteerde beleid in een dergelijk geval in beginsel over tot definitieve sluiting van de desbetreffende coffeeshop. In dit geval heeft de burgemeester echter besloten om over te gaan tot intrekking van de ten behoeve van de exploitatie van de coffeeshop verleende gedoogverklaring, hetgeen een minder ingrijpende maatregel is, aangezien de betrokken inrichting nu nog voor andere doeleinden dan verkoop van softdrugs kan worden gebruikt. Gezien de grote hoeveelheid aangetroffen drugs, welke de maximaal gedoogde handelshoeveelheid van 500 gram ruim overschrijdt, en gelet op het feit dat het G-criterium daarmee voor de tweede maal binnen korte tijd is overtreden, is intrekking van de gedoogverklaring niet onevenredig. De faciliterende rol van de gemeente bij de opzet en vestiging van de coffeeshop, waarop [eigenaar] heeft gewezen, doet daar niet aan af. In de gedoogverklaring, welke op 15 november 2005 is verleend, heeft de burgemeester medegedeeld dat hij tegen de handel in drugs in de coffeeshop niet bestuursrechtelijk zal optreden, indien en voor zover wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden, waaronder de AHOJG-criteria. Daarbij heeft hij er uitdrukkelijk op gewezen dat de handelsvoorraad van de coffeeshop overeenkomstig het G-criterium niet meer dan 500 gram mag bedragen. Niet gesteld is dat de burgemeester expliciete toezeggingen heeft gedaan, waarbij van de in de gedoogverklaring vermelde voorwaarden is teruggekomen.