ECLI:NL:RVS:2013:CA1304
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geloofwaardigheid bekering in asielprocedure en bevestiging vernietiging besluit minister
De minister (thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en onderzocht de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde bekering tot het christendom. De staatssecretaris had de bekering ongeloofwaardig geacht vanwege tegenstrijdige en vage verklaringen over gebeurtenissen in Iran, maar had de vreemdeling niet nader gehoord over het bekeringsproces zelf.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de gebeurtenissen niet zonder nadere motivering meebrengt dat de bekering zelf ongeloofwaardig is. De staatssecretaris had de geloofwaardigheid van de bekering niet beoordeeld volgens zijn vaste gedragslijn en had onvoldoende gemotiveerd waarom de bekering ongeloofwaardig zou zijn.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens wees zij de staatssecretaris toe de proceskosten van de vreemdeling te vergoeden. Prejudiciële vragen werden niet gesteld omdat de beoordeling van geloofsovertuiging volgens de Afdeling adequaat is geregeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.