ECLI:NL:RBDHA:2014:16957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eisers, een Iraans echtpaar, vroegen asiel aan in Nederland op basis van hun bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende risico's in Iran. Verweerder wees hun aanvragen af omdat zij zich niet onverwijld hadden gemeld, onvoldoende documenten overlegden en hun bekering niet geloofwaardig was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een vaste gedragslijn toepaste bij het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de bekering, waarbij vragen werden gesteld over motieven, proces en kennis van het geloof. Eisers konden deze vragen onvoldoende overtuigend beantwoorden. Ook het ontbreken van documenten werd aan hen toegerekend, omdat zij deze aan een reisagent hadden gegeven zonder dat sprake was van dwang.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het relaas van eisers onvoldoende positieve overtuigingskracht had. De verklaringen over hun snelle bekering en beperkte kennis van het christendom waren summier en niet overtuigend. De door eisers overgelegde verklaringen en doopaktes brachten hierin geen verandering.
Daarmee was het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning terecht. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering en toerekenbaar ontbreken van documenten.