ECLI:NL:RVS:2013:CA1313
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college over handhaving bouwkundige voorzieningen in pand te Mook
Het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar weigerde handhavend op te treden tegen het aanbrengen van bouwkundige voorzieningen in een pand te Mook, waardoor drie zelfstandige woningen ontstonden, zonder de vereiste bouwvergunning. Het college beriep zich op het gebruiksovergangsrecht en de onevenredigheid van handhavend optreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, maar de appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het gebruiksovergangsrecht niet toestaat om zonder vergunning te bouwen en dat het college ten onrechte afzag van handhavend optreden. Ook het argument van de rechtbank dat het lange tijd niet handhaven een gerechtvaardigd vertrouwen zou scheppen, werd verworpen.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De zaak benadrukt het belang van handhaving bij overtreding van bouwvoorschriften, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.