ECLI:NL:RVS:2013:CA1359
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- F.S.N. Nasrullah-Oemar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde appellant een boete van €4.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning bouw- en verbouwwerkzaamheden voor appellant verrichtte.
Appellant voerde aan dat er geen gezagsverhouding bestond en dat de vreemdeling als zelfstandige werkte, onderbouwd met inschrijving bij de Kamer van Koophandel en VAR-verklaringen. Ook stelde hij dat de termijn van twaalf maanden waarin een TWV verplicht is, was verstreken en dat zijn financiële situatie matiging van de boete rechtvaardigde.
De Raad oordeelde dat de vreemdeling feitelijk als werknemer onder gezag van appellant werkte, waarbij de verklaringen van de vreemdeling rechtsgeldig waren en geen bijzondere omstandigheden tot afwijking gaven. De termijn van twaalf maanden was niet verstreken omdat geen eerdere TWV was afgegeven. De financiële draagkracht was onvoldoende onderbouwd om matiging te rechtvaardigen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €4.000,- wordt bevestigd.