ECLI:NL:RVS:2005:AU0743
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens onjuist hoofdverblijf en inkomen medebewoner
De Minister van Volkshuisvesting heeft bij besluiten van 23 juni 2003 de toegekende huursubsidie over drie subsidietijdvakken nader vastgesteld en teveel betaalde bedragen teruggevorderd van appellante. Dit omdat een medebewoner, wiens hoofdverblijf volgens de Minister in de woning van appellante was, niet was betrokken bij het rekeninkomen.
Appellante voerde aan dat de medebewoner niet zijn hoofdverblijf bij haar had. De Minister baseerde zijn standpunt op een ambtsedig proces-verbaal van een onderzoek door de sociale recherche, waarin onder meer werd vastgesteld dat de woning waar de medebewoner stond ingeschreven niet als woning was ingericht, persoonlijke bezittingen van de medebewoner in de woning van appellante werden aangetroffen, en appellante verklaarde te hebben samengewoond met de medebewoner.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van appellante, afgelegd onder toezicht van een tolk en vastgelegd in het proces-verbaal, betrouwbaar was en dat de Minister terecht uit deze verklaring en het onderzoek de conclusie trok dat de medebewoner zijn hoofdverblijf bij appellante had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak dat de Minister terecht de huursubsidie heeft herzien en teveel betaalde bedragen heeft teruggevorderd.