ECLI:NL:RVS:2013:CA2009
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schijnhuwelijk leidt tot weigering rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 1 september 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een document te verkrijgen dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling en zijn echtgenote een schijnhuwelijk zijn aangegaan. De staatssecretaris stelde dat tegenstrijdigheden in hun verklaringen wezen op een schijnhuwelijk en dat er geen grond was om de vreemdeling opnieuw te horen in bezwaar.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een schijnhuwelijk en dat het besluit niet zorgvuldig was genomen. De Raad bevestigde dat de tegenstrijdigheden in verklaringen over essentiële punten het standpunt van de staatssecretaris rechtvaardigen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf kan ontlenen aan het beroep op het Besluit nr. 1/80 en dat de staatssecretaris terecht van het horen in bezwaar heeft afgezien. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van afgifte van het verblijfsdocument gehandhaafd wegens schijnhuwelijk.