ECLI:NL:RVS:2013:CA2058
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verbod permanente bewoning recreatiewoning in buitengebied Leimuiden
Het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem legde appellant een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning te beëindigen, omdat deze in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied Jacobswoude". Appellant voerde aan dat hij zich kon beroepen op overgangsrecht en dat er concreet zicht op legalisering bestond, onder meer vanwege het beleid van de provincie en de ligging van de woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de woning permanent werd bewoond op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, zodat het overgangsrecht niet van toepassing was. Ook was er geen concreet zicht op legalisering, omdat het college niet bereid was een vrijstelling te verlenen en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan was.
Verder verwierp de Afdeling de betogen van appellant dat handhaving onevenredig was, dat het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel of détournement de pouvoir aan de orde waren. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd ongegrond verklaard, omdat de woning daadwerkelijk permanent werd bewoond. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit en de invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.