ECLI:NL:RVS:2013:CA2087
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving en dwangsom bij illegale bouwwerken op perceel te Putten
Het college van burgemeester en wethouders van Putten legde op 28 maart 2011 een last onder dwangsom op aan [appellant] om elf bouwwerken op zijn perceel te verwijderen. Na bezwaar en beroep bleef het college handhavend optreden tegen de bouwwerken 2, 8 en 9, die zonder vereiste vergunningen waren verbouwd na 1985.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, maar liet na te beslissen over het beroep tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom. De Raad van State vernietigt dit deel van de uitspraak en beoordeelt het alsnog. Het college handhaaft het besluit tot invordering van € 34.000,00, wat de Raad van State ongegrond verklaart op basis van het ontbreken van afzonderlijke beroepsgronden.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat de bouwwerken ingrijpend zijn verbouwd zonder vergunning en het bouwovergangsrecht geen legaliserende werking heeft. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan en het college niet bewust heeft gedoogd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het niet-beslissen op het invorderingsbesluit, maar voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank gedeeltelijk vernietigd en beroep tegen invordering dwangsom ongegrond verklaard.