ECLI:NL:RVS:2013:CA3617
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek en motivering
De minister voor Immigratie en Asiel had bij besluiten van 11 maart 2011 de verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen ingetrokken. De rechtbank verklaarde deze intrekkingen onrechtmatig en vernietigde de besluiten. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich terecht op het standpunt stelde dat er geen uitzonderlijke situatie in Irak bestond die intrekking zou verhinderen, mede gelet op eerdere uitspraken en rapporten. Wel stelde de Raad vast dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar een brief die het asielrelaas van vreemdeling 1 ondersteunde, waarin werd gesteld dat hij in Irak was bedreigd en aangevallen.
De Raad concludeerde dat het beroep tegen de besluiten van 13 oktober 2011 gegrond is vanwege strijd met het motiveringsvereiste en het onvoldoende onderzoek naar het asielrelaas. De besluiten werden vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De besluiten tot intrekking van de verblijfsvergunningen asiel van 13 oktober 2011 worden vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.