ECLI:NL:RVS:2014:1133
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende aannemelijkheid kosten
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van het aan haar toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2007, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot verlaagde naar nihil wegens onvoldoende aannemelijkheid van de opgegeven kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt. Appellante voerde aan dat zij door een schenking van de gastouder niet het volledige bedrag had betaald, maar dat dit bedrag als gift moest worden beschouwd.
De Afdeling overwoog dat de wet vereist dat de kosten daadwerkelijk door de aanvrager zijn gedragen en dat verrekening met een schenking niet tot toeslaggerechtigd bedrag leidt. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank Maastricht blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.