ECLI:NL:RVS:2019:1480
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening voorschot huurtoeslag 2017
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot huurtoeslag van de wederpartij over 2017 aanvankelijk op € 155,00. Na bezwaar stelde de dienst het voorschot bij een besluit van 13 april 2018 op nihil. De rechtbank Gelderland oordeelde dat dit besluit in strijd was met het verbod van reformatio in peius en verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, waarbij het voorschot werd vastgesteld op € 155,00.
De Belastingdienst/Toeslagen ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 16, vijfde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), de dienst een voorschot tot vijf jaar na het berekeningsjaar mag herzien, ook ten nadele van de aanvrager en naar aanleiding van bezwaar.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank dit niet had onderkend en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep tegen het besluit van 13 maart 2018 van de Belastingdienst/Toeslagen werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.