ECLI:NL:RVS:2013:CA2106
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen aanspraak op kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst en kosten
De Belastingdienst heeft de voorschotten kinderopvangtoeslag voor de jaren 2008 en 2009 aan appellant herzien op nihil en bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant gegrond en herzag de voorschotten. Zowel appellant als de Belastingdienst stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk kosten voor kinderopvang heeft gedragen, mede omdat de vermeende schenking door de gastouder niet leidt tot aanspraak op toeslag. Daarnaast ontbreken de vereiste schriftelijke overeenkomsten die aan de wettelijke eisen voldoen, waardoor geen geldige basis voor de kinderopvangtoeslag bestaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond en dat van de Belastingdienst gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep bij de rechtbank ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank wordt afgewezen wegens ontbreken van aannemelijk gemaakte kosten en geldige overeenkomst.