ECLI:NL:RVS:2014:1211
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.C. Kranenburg
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschrift wegens strijd met Natuurbeschermingswet 1998
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 27 februari 2013 een vergunning aan appellante sub 2 voor het houden van een groot aantal vleeskuikens en legkippen op een veehouderij. Zowel appellant sub 1, handelend namens Landlust Appeltern B.V., als appellante sub 2 stelden beroep in tegen dit besluit.
Het beroep van appellant sub 1 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging die zijn vertegenwoordiging kon aantonen. Appellante sub 2 betoogde dat het aan de vergunning verbonden voorschrift, dat voorziet in het verval van de vergunning indien de inrichting binnen drie jaar niet volledig is voltooid, geen wettelijke grondslag heeft en strijdig is met artikel 43, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998.
De Afdeling oordeelde dat de Nbw 1998 niet voorziet in het van rechtswege vervallen van een onherroepelijk verleende vergunning en dat artikel 43, tweede lid, uitputtend regelt in welke gevallen een vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd. Het voorschrift is daarom in strijd met de wet en werd vernietigd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 2.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 is niet-ontvankelijk verklaard en het vergunningvoorschrift is vernietigd wegens strijd met artikel 43, tweede lid, Nbw 1998.