ECLI:NL:RVS:2014:129
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen opleggen gedoogplicht aanleg aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden
De minister legde op 5 februari 2013 een gedoogplicht op aan de rechthebbenden, waaronder appellant, voor de aanleg en instandhouding van de aardgastransportleiding Beverwijk-Wijngaarden. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, dat de aanvraag van Gasunie niet ontvankelijk had moeten worden verklaard, en dat er geen noodzaak bestond voor de leiding.
De Raad van State oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid, waarbij het advies van de Deskundigencommissie was verwerkt. De minister had Gasunie terecht aangemerkt als degene die het werk aangaat, en de aanvraag was niet strijdig met de Gaswet. De noodzaak van de leiding was reeds vastgesteld in een eerder onherroepelijk besluit.
Verder werd geoordeeld dat de gedoogplicht ook toegang tot de percelen omvat, zoals bepaald in de Belemmeringenwet Privaatrecht, en dat Gasunie voldoende serieuze pogingen had gedaan om tot overeenstemming te komen met appellant. De klachten over de bouwkuip en mogelijke schade waren reeds behandeld in een andere procedure en boden geen grond voor vernietiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de gedoogplicht voor de aanleg en instandhouding van de aardgastransportleiding wordt ongegrond verklaard.