ECLI:NL:RVS:2013:126
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- T.G.M. Simons
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht aanleg gastransportleiding door Gasunie
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant en een stichting tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die de gedoogplicht ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de gastransportleiding A-662 door Gasunie bevestigde.
De kern van het geschil betreft de vraag of Gasunie, als concessiehouder en juridisch eigenaar, bevoegd is het verzoek tot oplegging van de gedoogplicht te doen, terwijl GTS als netbeheerder verantwoordelijk is voor het beheer van het gastransportnet. De appellant en de stichting stelden dat de concessie en erkenning van het openbaar belang niet meer van kracht zijn sinds de invoering van artikel 39a van de Gaswet.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de concessie van Gasunie geldig blijft en dat Gasunie als degene die het werk aangaat kan worden aangemerkt, omdat zij de feitelijke uitvoering van het werk voor eigen rekening en risico uitvoert. De rol van GTS als netbeheerder sluit dit niet uit.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Gasunie redelijk en serieus overleg heeft gevoerd met de rechthebbenden, ondanks wijzigingen in het standpunt over schadevergoeding en het gebruik van standaardovereenkomsten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedoogplicht voor Gasunie bevestigd.