ECLI:NL:RVS:2014:1372
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen invordering dwangsom
Bij besluit van 18 december 2007 legde het college van burgemeester en wethouders van Lopik aan appellant een preventieve last onder dwangsom op wegens het opslaan van mest in strijd met vergunningvoorschriften. Na constatering van overtreding op 28 februari 2012 verklaarde het college bij brief van 28 maart 2012 de dwangsom verbeurd en besloot tot invordering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar bij besluit van 18 juli 2013 niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van 18 december 2007 rechtsgeldig was bekendgemaakt aan appellant en dat het bezwaar tegen dat besluit terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Echter, de beslissing tot invordering van 28 maart 2012 moet worden aangemerkt als een beschikking waartegen bezwaar mogelijk is volgens de Awb, omdat de overtreding pas in 2012 werd geconstateerd en het toepasselijke recht sinds 1 juli 2009 is gewijzigd.
Daarom was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen de invordering onjuist. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de invordering betrof, veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant en gelastte vergoeding van het griffierecht. De zaak werd niet naar de rechtbank terugverwezen maar door de Afdeling zelf afgedaan.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de invordering is vernietigd.