ECLI:NL:PHR:2020:856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bekendmaking aanslag en fiscale woonplaats bij emigratie naar Polen
Belanghebbende, die in 1997 naar Polen emigreerde en daar een vennootschap had, ontving een aanslag inkomstenbelasting die per aangetekende post naar zijn Poolse adres werd gestuurd. Deze zending was onbestelbaar en retour ontvangen door de Inspecteur. Belanghebbende stelde de aanslag niet te hebben ontvangen en betwistte de tijdige oplegging binnen de driejaarstermijn. Het Hof oordeelde dat de aanslag tijdig was opgelegd omdat deze aan het juiste adres was verzonden, maar achtte de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar vanwege het nalaten van de Inspecteur om navraag te doen over de postbezorging.
Daarnaast stelde het Hof vast dat belanghebbende ondanks emigratie een sterke band met Nederland had en daarom in Nederland woonde voor fiscale doeleinden. Het Hof rekende gebruikelijk loon en een deel van contante opnamen van de Poolse vennootschap tot het belastbaar inkomen van belanghebbende.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel over de bekendmaking van de aanslag, de woonplaats en de belastbare winstuitdeling. De Advocaat-Generaal adviseerde het Hof te verwijzen voor nader onderzoek naar de feitelijke bekendmaking van de aanslag, omdat de Inspecteur geen navraag had gedaan na retourontvangst van de aangetekende zending. De Hoge Raad behandelt de complexe bewijslastverdeling, de voorwaarden voor verschoonbare termijnoverschrijding en de criteria voor fiscale woonplaats bij emigratie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst voor nader onderzoek naar de feitelijke bekendmaking van de aanslag vanwege onduidelijkheid over de ontvangst.