ECLI:NL:RVS:2014:141
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitzetting achterwege te laten
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 3 oktober 2011 een verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 28 oktober 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond en vernietigde het bestuursbesluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelt dat het besluit van 28 oktober 2011 van gelijke strekking is als het eerdere, onherroepelijke besluit van 11 januari 2011. Volgens vaste jurisprudentie kan toetsing door de bestuursrechter slechts plaatsvinden indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die het eerdere besluit kunnen beïnvloeden.
De vreemdeling overlegt medische verklaringen uit 2011, 2012 en 2013, maar deze tonen geen relevante verslechtering van zijn gezondheidstoestand aan ten opzichte van het eerdere advies van het Bureau Medische Advisering uit 2010. De Raad concludeert dat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die toetsing rechtvaardigen.
Daarom vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 28 oktober 2011 wordt ongegrond verklaard.