ECLI:NL:RVS:2014:1567
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige openbaarmaking documenten in asielprocedure op grond van Wob en Wbp
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) om volledige verstrekking van documenten die ten grondslag lagen aan een individueel ambtsbericht in een asielprocedure. De minister verstrekte de documenten slechts gedeeltelijk, met weglakking van passages ter bescherming van vertrouwenspersonen, methoden en persoonlijke levenssfeer van derden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de belangenafweging van de minister, waarbij het publieke belang bij openbaarmaking werd afgewogen tegen de bescherming van vertrouwenspersonen en persoonlijke levenssfeer, redelijk was. De rechtbank had terecht geoordeeld dat een geringere mate van anonimisering niet volstond. Tevens stelde de Afdeling dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is op Wob-procedures, zodat het ontbreken van volledige openbaarmaking geen schending van het recht op een eerlijk proces oplevert.
Daarnaast wees de Afdeling het betoog af dat alleen de gemachtigde van appellant de niet-openbaar gemaakte passages had mogen inzien, omdat de Awb en Wob deze mogelijkheid niet bieden. Ook het standpunt dat de minister geen expliciet oordeel had gegeven op het verzoek op grond van de Wbp werd verworpen, aangezien het besluit wel degelijk verwees naar verstrekking van persoonsgegevens aan appellant.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak dat de minister terecht gedeeltelijke openbaarmaking van documenten weigerde.