Uitspraak
200803672/1) en zoals ook de rechtbank terecht heeft overwogen, dient het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering. Bij de te verrichten belangenafweging wordt het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie afgezet tegen de door de weigeringsgronden te beschermen belangen. Aan het belang van [appellante] wordt in deze belangenafweging geen waarde toegekend. Dat het kunnen controleren van de juistheid van het ambtsbericht ook de goede en democratische bestuursvoering dient, betekent niet dat dit belang afzonderlijk in de in het kader van de Wob te verrichten afweging tussen het algemene of publieke belang bij openbaarmaking en de door de weigeringsgronden te beschermen belangen moet worden betrokken.
201011248/1/H3), is artikel 6 van Pro het EVRM niet van toepassing op procedures ingevolge de Wob, aangezien hierin het algemeen belang bij openbaarmaking aan de orde is en niet enig burgerrechtelijk recht of enige burgerrechtelijke verplichting van de verzoeker. Desalniettemin heeft een volledige rechterlijke toetsing van de besluitvorming van de minister plaatsgevonden doordat de Afdeling met de rechtbank in de procedure van artikel 8:29 van Pro de Awb de mogelijkheid heeft gehad om de weggelakte passages in te zien en aldus de door de minister gemaakte afweging aan de hand van die passages te beoordelen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in eerdergenoemde uitspraak van 26 november 2008 voldoet deze rechterlijke toetsing ook aan de in artikel 13 van Pro het EVRM gestelde eis. De omstandigheid dat de rechter als zijn oordeel kan uitspreken dat de weigering van de minister tot verstrekking van de weggelakte passages gerechtvaardigd is, brengt daarin geen verandering.