ECLI:NL:RVS:2014:1712
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de voorschotten kinderopvangtoeslag voor 2010 en 2011 op nihil omdat appellant niet aannemelijk kon maken dat zij daadwerkelijk kosten had gemaakt voor gastouderopvang via een geregistreerd gastouderbureau.
Appellant voerde aan dat zij haar eigen bijdrage en bemiddelingskosten had voldaan en dat het gastouderbureau de toeslag doorbetaalde aan de gastouder. Zij overlegde bankafschriften en jaaropgaven, maar deze toonden tegenstrijdige bedragen en voldeden niet aan de vereisten van een schriftelijke overeenkomst zoals voorgeschreven in de Wet kinderopvang.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij de met het gastouderbureau overeengekomen kosten had betaald en dat de kinderopvang niet op basis van een geldige schriftelijke overeenkomst had plaatsgevonden. Daarom was het besluit van de Belastingdienst om de toeslag op nihil te stellen terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; toeslag terecht op nihil gesteld wegens onvoldoende bewijs kosten.