ECLI:NL:RVS:2014:181
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Th.G. Drupsteen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake omgevingsvergunningen voor kap bomen Kerckebosch fase 1
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist verleende op 9 november 2011 omgevingsvergunningen aan Wijkontwikkelingsmaatschappij Kerckebosch B.V. voor het kappen van 2379 bomen ten behoeve van de herstructurering van de wijk Kerckebosch fase 1. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop het college gedeeltelijk de vergunningen herroept en voorwaarden stelt, waaronder een fysieke herplantplicht.
De rechtbank Midden-Nederland vernietigde vervolgens de besluiten van het college van 16 februari en 24 april 2012, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de bepalingen in de Bomenverordening 2005, waaronder afwijkingen voor Kerckebosch, niet discriminatoir zijn en dat er redelijke en objectieve gronden zijn voor de afwijkingen.
Verder concludeerde de Afdeling dat de voorschriften aan de vergunningen voldoende waarborgen bieden tegen onnodige en voorbarige kap, dat de natuurwetgeving (Flora- en faunawet) correct is toegepast en dat de staatssecretaris geen bedenkingen heeft tegen de vergunningverlening. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.