ECLI:NL:RVS:2014:1940
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen herziening subsidie 2011 Stichting MEE Zuidoost Brabant
Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelde bij besluit van 22 mei 2013 de subsidie voor Stichting MEE Zuidoost Brabant over 2011 herzien vast, waarbij een deel van de dotatie aan de voorziening Persoonlijk Budget Levensfase (PBL) werd afgetrokken. Het CVZ oordeelde dat alleen de dotatie voor daadwerkelijk opgebouwde PBL-uren subsidiabel is, niet voor toekomstige verplichtingen.
De stichting voerde aan dat de Regeling subsidies AWBZ het vormen van een voorziening PBL expliciet toestaat en dat op grond van de CAO Gehandicaptenzorg en het BW deze dotaties subsidiabel moeten zijn. De Raad van State oordeelde dat alleen werkelijke lasten subsidiabel zijn en dat toekomstige PBL-uren niet als waarschijnlijk of vaststaand kunnen worden aangemerkt vanwege onzekerheden.
Verder verwierp de Raad het beroep op het verbod van willekeur en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat het CVZ in eerdere jaren terecht anders had gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van de subsidie 2011 is ongegrond verklaard.