ECLI:NL:RVS:2021:587
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling wegens niet subsidiabele kosten leegstaand pand
De Stichting Expertisecentrum Jeugd, Samenleving en Ontwikkeling heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland dat de boekjaarsubsidie voor 2017 werd vastgesteld op € 2.143.000,00, waarbij een bedrag van € 207.000,00 voor een voorziening leegstaand pand werd teruggevorderd. De stichting stelde dat deze kosten wel subsidiabel waren omdat zij boekhoudkundig waren toegerekend aan het boekjaar en doelmatig waren.
De Raad oordeelt dat de subsidie uitsluitend betrekking heeft op kosten gemaakt tot en met 30 juni 2017, terwijl de voorziening leegstaand pand betrekking heeft op kosten vanaf 1 juli 2017. De stichting kon derhalve niet op grond van artikel 4:76 Awb Pro en het jaarrekeningenrecht deze voorziening aan het boekjaar toerekenen voor subsidievaststelling. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan die een recht op bekostiging van deze voorziening uit de boekjaarsubsidie rechtvaardigen.
Verder is vastgesteld dat het college de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening heeft vastgesteld en dat de terugvordering van het voorschot terecht is. De stichting heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een lagere subsidievaststelling op onjuiste gronden of dat het gelijkheids- of evenredigheidsbeginsel is geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden vonnis van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling met terugvordering van € 207.000,00 bevestigd.