ECLI:NL:RVS:2014:1949
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van asielweigering wegens onvoldoende onderbouwing ambtsbericht
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 29 maart 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in het land van herkomst en de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling. De rechtbank had geoordeeld dat het door de vreemdeling overgelegde getuigschrift concrete aanknopingspunten bood om aan de juistheid van het ambtsbericht te twijfelen.
De Raad van State oordeelde dat het getuigschrift niet objectief was, omdat het op verzoek van de vreemdeling was opgesteld en de herkomst van de verklaringen onduidelijk bleef. De vreemdeling had nagelaten het getuigschrift verder te onderbouwen. Daarom was het oordeel van de rechtbank onjuist en werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd bepaald dat de rechtbank beslist over de vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.