ECLI:NL:RVS:2014:1971
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft wegens medische behandeling HIV
De staatssecretaris wees een verzoek van een vreemdeling af om zijn uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 achterwege te laten vanwege zijn medische situatie met HIV. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het BMA-advies over het niet noodzakelijk zijn van resistentietesten onjuist was. De medische informatie, waaronder een brief van de behandelaar, toonde aan dat de behandeling naar wens verliep en dat resistentietesten niet geïndiceerd waren. Ook was het niet noodzakelijk dat de vreemdeling fysiek werd overgedragen aan een behandelaar in Ghana, aangezien het BMA had vastgesteld dat de vreemdeling kon reizen met gangbare vervoermiddelen en zijn medicatie kon meenemen.
De Raad stelde vast dat verschillen van inzicht tussen de behandelaar en het BMA niet automatisch betekenen dat het BMA-advies onzorgvuldig is. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.