ECLI:NL:RVS:2014:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toestemming voor werkzaamheden in particuliere beveiliging wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Appellant verzocht om toestemming om werkzaamheden te verrichten voor een particuliere beveiligingsorganisatie, maar de korpschef wees deze aanvraag af vanwege een eerdere veroordeling wegens discriminatie en een strafbeschikking wegens mishandeling. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit bevestigde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de korpschef terecht gebruik heeft gemaakt van processen-verbaal en strafrechtelijke feiten, ook al waren deze niet onherroepelijk, om de betrouwbaarheid van appellant te beoordelen. De Circulaire particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus laat ruimte voor een beoordeling op basis van relevante feiten die niet leiden tot onherroepelijke veroordelingen.
Verder werd geoordeeld dat de hardheidsclausule niet van toepassing is wanneer op grond van feiten en omstandigheden wordt vastgesteld dat iemand onvoldoende betrouwbaar is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het aangehaalde voorbeeld niet vergelijkbaar was en onder een ander wettelijk kader viel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot toestemming bevestigd.