ECLI:NL:RVS:2014:2021
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek intrekking dwangsombesluit illegale bouwwerken
Het geschil betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het beroep tegen het afwijzen van haar vijfde verzoek tot intrekking van een dwangsombesluit ongegrond verklaarde.
Het dwangsombesluit van 23 november 2001 verplicht appellante tot het verwijderen van illegale bouwwerken op haar perceel en het onthouden van horeca-activiteiten. Dit besluit is inmiddels rechtens onaantastbaar geworden.
Appellante stelde dat er nieuwe motieven zijn, waaronder gesprekken met het college om tot een oplossing te komen en mogelijke van rechtswege verleende bouwvergunningen. De Afdeling oordeelt dat deze omstandigheden geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro, omdat ze reeds bekend waren of niet relevant zijn voor het eerdere besluit.
Ook het betoog dat het college het verzoek niet met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro had mogen afwijzen, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.