ECLI:NL:RVS:2014:2158
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vierde toetsmogelijkheid in advocatenopleiding
Appellant, advocaat-stagiaire, had drie keer de toetsen Strafprocesrecht en Gedragsrecht afgelegd zonder voldoende resultaat. Hij verzocht de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten om een vierde toetsmogelijkheid, welke werd afgewezen omdat de Stageverordening deze niet toestaat.
Het curatorium en de voorzieningenrechter verklaarden het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de derde toetsmogelijkheid niet reëel was omdat hij onder druk van zijn werkgever stond om op de eerstvolgende datum de toets af te leggen, waardoor hij geen vrije keuze had. Dit betoog werd verworpen omdat van een advocaat verwacht mag worden dat hij in dergelijke situaties zelfstandig handelt.
Verder oordeelde de Raad van State dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Ook zijn persoonlijke omstandigheden konden niet leiden tot afwijking van de Stageverordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een vierde toetsmogelijkheid wordt afgewezen.