ECLI:NL:RVS:2014:2424
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A. Hammerstein
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot kindgebonden budget bij partner zonder rechtmatig verblijf
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kindgebonden budget voor appellant over 2012 vast op €878,00 en verklaarde bezwaar hiertegen ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het recht op respect voor privé- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro geen positieve verplichting tot verstrekking van een voorschot kindgebonden budget inhoudt, zeker niet wanneer de partner geen rechtmatig verblijf heeft volgens de Vreemdelingenwet 2000. Het koppelingsbeginsel in artikel 9 Awir Pro rechtvaardigt het onderscheid tussen personen met en zonder verblijfsrecht.
Verder oordeelde de Afdeling dat de situatie van appellant en zijn kinderen niet valt onder de bijzondere omstandigheden die het koppelingsbeginsel buiten toepassing zouden stellen. Ook is geen sprake van een situatie waarin de kinderen gedwongen worden de Unie te verlaten zoals bedoeld in de jurisprudentie van het Hof van Justitie (Ruiz Zambrano en Dereci). Het beroep op artikel 3 IVRK Pro faalt omdat de Belastingdienst zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het voorschot kindgebonden budget bevestigd.